Bidden - hoe doe je dat?

We gaan met elkaar tien dagen bidden. Een prachtig initiatief waar we veel van verwachten. Maar, bidden, hoe doe je dat eigenlijk?

Het maakt niet zo heel veel uit waar je vandaan komt of wat je achtergrond is. Of je bekend bent met geloof, God en de Bijbel of nog maar kort geleden begonnen bent aan het avontuur om daar meer over te ontdekken. Allemaal hebben we wel een beeld hoe je zou moeten bidden. Het is je geleerd, je hebt het anderen zien doen of je hebt erover gelezen. Of er is altijd dat gevoel dat er eigenlijk maar één manier is ‘hoe het moet’. Voor we daar nu mee verder gaan, ‘hoe het moet’, wil ik eerst eens kijken naar wat het is. Wat is bidden eigenlijk?

Bidden is praten met God. Een gesprek hebben met God. Een gesprek zoals je een gesprek hebt met een goede vriend of zoals een kind een gesprek heeft met een vader of moeder. Spreken en luisteren. Geven en ontvangen. Het is twee-richtingsverkeer. Het verbindt.

Het idee dat bidden een gesprek is kan al de nodige vragen oproepen. Het idee dat jij, terwijl je aan het bidden hebt, in gesprek bent met God die gelijktijdig een gesprek voert met ontelbare anderen, gaat ons menselijk brein ver te boven. Iedere bidder krijgt de volle aandacht alsof je de enige bent. God is daar buitengewoon goed in. Hij is immers God. En, hij luistert niet alleen, hij antwoordt je ook. Meestal niet met een hoorbare stem. Vaak is het een gedachte, een indruk. De Bijbel geeft soms het antwoord in een stuk tekst die je leest. Iemand die je tegenkomt geeft het antwoord en wordt zo door God gebruikt. God kent talloze manieren om tot ons te spreken. De belofte is dat God je antwoordt, en daar kan je op vertrouwen. Lucas 11: 9-10, Daarom zeg Ik jullie: bid, want dan zul je krijgen. Zoek, want dan zul je vinden. Klop, want dan zal er voor je worden opengedaan. Want iedereen die bidt, zal krijgen. En iedereen die zoekt, zal vinden. En voor iedereen die klopt, zal worden opengedaan.

God kent talloze manieren om tot jou te spreken. Een manier die jij op dat moment nodig hebt en die bij jou past. God kent je immers. Hij is niet gebonden aan één manier en laat jou vrij om jouw manier te kiezen hoe je met God wilt praten. Het gaat God om de verbinding, om de relatie. Het gaat erom dát je een gesprek hebt, niet hoe je dat doet. Zelf niet om wat je net daarvoor hebt gedaan of erna van plan bent te doen. God verlangt naar dat contact met je en dat mag je doen op de manier die bij jou past en die het moment toelaat. Er is niet een manier die daarboven uitstijgt en ‘beter’ is dan de rest. Het gaat God niet om je houding, om de buitenkant. Gods verlangen strekt zich uit naar je hart, naar wie je echt bent. Je hoeft je niet op te poetsen of te bidden volgens een bepaalde regel. Je mag komen zoals je bent. Als je dacht dat die slogan door één van de voorgangers van Mozaïek is bedacht dan heb je het mis. De Geest en de Zoon zeggen bijvoorbeeld in één van de laatste verzen van de Bijbel, Openbaringen 22: 17, De Geest en de bruid zeggen: "Kom!" En laat iedereen die het hoort, zeggen: "Kom!" Iedereen die dorst heeft, mag komen. Iedereen die wil, mag komen drinken van het water dat levend maakt. Je hoeft er niets voor te betalen. Je mag komen zoals je bent.

Dus, bidden, hoe doe je dat eigenlijk? Bedenk eens twintig verschillende manieren om een goed gesprek te voeren met je kind, één van je ouders of met een goed vriend of vriendin. Of twintig houdingen waarin je dat zou kunnen doen. De mogelijkheden zijn vrijwel oneindig. Ogen dicht, open, liggend, staand, knielend, zittend. Op de fiets, in de auto, in de supermarkt, thuis of op school. Handen gevouwen, in je zakken of in de lucht. Zachtjes, zingend, huilend, lachend, verdrietig, blij, wanhopig of hoopvol. Verlangend, verwachtend, twijfelend, afwachtend. Boos, opstandig, verlaten of verwond. Je mag niet alleen komen zoals je bent, je mag ook bidden zoals je wilt. Of kunt. Of durft. God verlangt ernaar je te ontmoeten in dat gesprek. Hij zal naar je luisteren en met je in gesprek gaan. Liefdevol en genadig. So let's walk right up to him and get what he is so ready to give. Take the mercy, accept the help. Hebreeën 4: 16, The Message.