Stille week - dag 4

Ik ken Hem niet...

Dit bericht is geplaatst op 14-04-2022

Lees hieronder de overdenking of beluister hier de podcast.

17 Het meisje sprak Petrus aan: ‘Ben jij soms ook een leerling van die man?’ ‘Nee, ik niet,’ zei hij. 18 De knechten en de gerechtsdienaars stonden zich te warmen bij een vuur dat ze hadden aangelegd omdat het koud was; ook Petrus ging zich erbij staan warmen.
19 De hogepriester ondervroeg Jezus over zijn leerlingen en over zijn leer. 20 Jezus zei: ‘Ik heb in het openbaar tot de wereld gesproken. Ik heb steeds onderricht gegeven op plaatsen waar de Joden bij elkaar komen, in synagogen en in de tempel, en nooit heb Ik iets in het geheim gezegd. 21 Waarom ondervraagt u Mij? Vraag het toch aan de mensen die Mij gehoord hebben, zij weten wat Ik gezegd heb.’ 22 Toen Jezus dat zei, gaf een van de dienaren die erbij stonden Hem een klap in het gezicht: ‘Is dat een manier om de hogepriester te antwoorden?’ 23 Jezus zei: ‘Als Ik iets verkeerds gezegd heb, zeg dan wat er verkeerd was, maar als het juist is wat Ik heb gezegd, waarom slaat u Me dan?’ 24 Daarna stuurde Annas Hem geboeid naar Kajafas, de hogepriester.
25 Simon Petrus stond zich intussen nog steeds te warmen. ‘Ben jij soms ook een leerling van Hem?’ vroegen ze. ‘Nee,’ ontkende Petrus, ‘ik niet.’ 26 Maar een van de knechten van de hogepriester, een familielid van de man van wie Petrus het oor had afgeslagen, zei: ‘Maar ik heb toch gezien dat je in die tuin bij Hem was?’ 27 Weer ontkende Petrus, en meteen kraaide er een haan.
- Johannes 18: 17-27

Als we een beeld maken bij deze tekst, dan zijn we getuige van twee scenes die zich tegelijkertijd afspelen. De ene scene speelt zich af op de buitenplaats van het huis van de hogepriester. De andere scene speelt zich af in het huis van de hogepriester. Het is midden in de nacht en het is koud. Als we de camera richten op de eerste scene dan zien we Petrus zitten bij een vuurtje. Als je in zijn ogen kijkt, zie je onrust en angst. Niets voor Petrus die eigenlijk altijd haantje de voorste is. Dappere Petrus die rondliep met een zwaard om zijn middel. Waarmee hij daarnet nog het oor van de slaaf van de hogepriester mee had afgesneden. Maar nu had de angst zijn dapperheid verdreven.

We richten de camera scene twee. Daar staat Jezus, de zoon van God. Zijn armen zijn met touwen geboeid. Voor hem staat de hogepriester in zijn hogepriesterlijk gewaad, omringt door zijn dienaren. Er hangt een opgefokte sfeer, alle frustraties van de afgelopen jaren die ze hebben opgebouwd rondom deze persoon van Jezus komen eruit. Als we op dat moment met de camera zouden kunnen inzoomen op het gezicht van Jezus, zouden we angst in zijn ogen verwachten. Maar ik denk dat we verrast zouden worden door een uitstraling van kalmte en rust.

Beide mannen worden ondervraagd. Petrus wordt daar op die buitenplaats bij het vuur, door verschillende mensen herkend en krijgt tot driemaal toe de vraag of hij een leerling is van Jezus. En ik vind het zo herkenbaar …. De angst heeft het overgenomen van Petrus en tot driemaal komt Petrus met een leugentje: ‘ik ken hem niet’.

Ondertussen gaan bij Jezus de ondervragingen ook door. Vragen over zijn onderwijs, vragen over zijn leerlingen. Hij heeft echter niets te verbergen. Jezus geeft kalm en eerlijk antwoord, maar krijgt alsnog een klap in zijn gezicht. En terwijl Jezus geboeid wordt afgevoerd, kraait er in de verte een haan.

Jezus is verraden door een vijand in het huis en door een vriend buiten het huis. Deze week zijn we onderweg met Jezus. Die laatste uren voor zijn dood willen we met Hem oplopen, meevoelen en er misschien ook wel beschaamd achter komen, dat ook wij geen haar beter zijn dan Petrus. Hoe vaak denken we zelf wel niet: ‘kon ik het maar terug draaien’; ‘ik heb Jezus te kort gedaan’? Laten we dus niet wijzen naar Petrus, maar in stilte en met diep ontzag wandelen achter Jezus aan. Laten we ons hart vullen met ontzag en aanbidding voor Hem, die in alle gehoorzaamheid zijn weg vervolgde langs het Mozaïekterras, richting het kruis.

Jezus, we zijn onder de indruk van wie U bent.
We zijn onder de indruk van de weg die U bent gegaan voor ons.
Vergeef ons als we U hebben ontkend in ons leven.
Als we U niet de plek in ons leven hebben gegeven die U verdient.
We verlangen ernaar om U beter te leren kennen.
Dank dat U ons volledig kent én liefheeft.
Amen