Maarten Diepeveen

Ik ben Maarten Diepeveen, 33 jaar oud. Ik heb een relatie met Elisabeth en ik ben God dankbaar dat ik haar heb leren kennen. In het dagelijks leven werk ik met veel plezier als Verzorgende IG bij Zorggroep Charim. Daarnaast woon ik als hoofdbewoner in 4YOU, dat is een opvanghuis voor tieners. Binnen Mozaiek0318 ben actief als jeugdleider van Rock Solid. Ik ben dankbaar dat ik tieners mag dienen. In mijn vrije tijd voetbal ik graag op het veld en in de zaal.

Dit bericht is geplaatst op 12-02-2017

Ik groeide op in een gezin van 5 kinderen, waar ik de 4e van ben. Ik heb twee zussen en twee broers. In ons gezin had de liefde voor God een centrale plek, waar ik mijn ouders erg dankbaar voor ben. Zij hebben altijd voor mij gebeden. In mijn kindertijd was geloven in God iets vanzelfsprekends. Het geloof in God was helemaal verweven in mijn dagelijks leven; ik hoorde ervan in de kerk, op school en op de zondagsschool. In mijn pubertijd, rond mijn 16e, toen mijn moeder ziek werd van kanker veranderde mijn beeld van God. Als kind was ik altijd erg onbezorgd en vrolijk, maar ik veranderde van binnen. Daar voelde ik mezelf onzeker en eenzaam. Ik was bang dat ik mijn moeder zou verliezen. De gevoelens die ik daarbij voelde kon ik niet onder woorden brengen en durfde ik niet aan anderen te laten zien. Naar de buitenwereld toe deed ik alsof er niets aan de hand was en deed alsof het goed met me ging. Ik was bang dat mensen me zouden afwijzen, als ze wisten met welke gevoelens ik kampte. Doordat ik dit deed voelde me eenzaam en leeg van binnen. Ik ging manieren zoeken om deze leegte op te vullen. Daardoor voelde ik alles behalve acceptatie, maar juist meer angst. Ik dacht dan altijd ‘God vindt mij slecht, Hij haat mij.’ Ook was een altijd terugkerende gedachte, ‘stel als ik nu dood zal gaan dan kom ik in de hel’. Dat waren gedachten die mij heel lang gekweld hebben.

Rond mijn 18e, ging ik de HBO-verpleegkunde doen. In het 3e jaar ben ik vastgelopen in die studie. Mijn vader kreeg kanker en ik had de problematiek die begon op mijn zestiende nog totaal niet verwerkt. Ik maakte verkeerde keuzes. Ik voelde de aanklacht alleen maar toenemen en leefde in angst.

Daarna ben ik ook mezelf gaan wonen, maar in plaats van dat het mij goed deed ging het alleen maar verder bergafwaarts met mij. Ik ging mezelf steeds verder isoleren. Ik startte nog wel een nieuwe studie, maar door mijn persoonlijke problemen kwam ik totaal niet aan die studie toe. Op sociaal en relationeel gebied in mijn leven maakte ik er die jaren een puinhoop van. Ik werd steeds angstiger en vond het leven uitzichtloos. Mijn broer Jos confronteerde, in liefde, mij met al deze problemen. Op Hemelvaartsdag ben ik toen naar de crisisopvang in Ede gebracht en vanuit daar naar een opvanghuis in Bennekom. Hier kon ik tot rust komen en werken aan herstel. Vanuit de crisisopvang ben ik doorverwezen naar therapie, waarbij ik aan mijn verdere herstel kon werken.

Het was in die tijd voor het eerst dat ik door een vriend van mij, David, werd meegenomen naar Mozaiek0318. Destijds nog in de Shelter. Na de eerste dienst daar te hebben bezocht, ben ik nooit meer weggegaan. De boodschap van God die ik daar hoorde was als een warme deken over mij heen. De boodschap ‘Er is een God die ontzettend veel van je houdt, onvoorwaardelijk’ en ‘je mag hier komen zoals je bent, in al je gebrokenheid’ was voor mij van onschatbare waarde. Ik hoefde mijzelf niet meer langer anders voor te doen, daar was ik zo moe van. Ik was op zoek naar echtheid en verlangde naar de liefde van de Vader. Ik wilde graag breken met mijn verleden. Ik ging mijn zonden bekennen, ik had zoveel berouw van mijn verleden en ik wilde het weer goedmaken met de mensen die ik met mijn verkeerde keuzes pijn had gedaan. Ik ben toen ook bij Theo & Ina (van Laar) in bevrijdingspastoraat gegaan, zij hebben mij bij Jezus gebracht. Aan de voet van het kruis heb ik al mijn zonden beleden. In die periode ben ik bevrijd van de angst en aanklacht. Ik heb toen voor het eerst de vrede mogen ervaren die alle verstand te boven gaat. Romeinen 11:32-33 is voor mij erg belangrijk geweest in die tijd. ‘Want God heeft ieder mens uitgeleverd aan de ongehoorzaamheid, opdat Hij voor ieder mens barmhartig kan zijn. Hoe onuitputtelijk zijn Gods’ rijkdom wijsheid en kennis, hoe ondoorgrondelijk zijn oordelen en hoe onbegrijpelijk zijn wegen’. Ik werd zo warm van deze woorden en ik dacht: ‘ook voor mij, Maarten, ook voor mij!’ Op dat moment ervoer ik Jezus zijn liefde en acceptatie voor mij. Ik weet nu dat in al deze jaren God erbij is geweest en dat Hij mij nooit heeft losgelaten. Zijn liefde en genade zijn elke keer groter dan wat ik voor mogelijk hield. Ook ben ik God dankbaar dat er zoveel mensen zijn geweest die mij biddend bij Jezus hebben gebracht en voor mijn familie en vrienden die mij nooit hebben laten vallen ondanks mijn falen.

In de jaren die volgden heb ik God de Vader steeds beter leren kennen door zijn zoon Jezus. Ik wil Hem volgen. In Hem heeft mijn leven wél zin, daar waar ik mezelf vroeger waardeloos voelde. Mijn identiteit ligt niet meer in wat ik gedaan heb, maar wat Jezus deed voor mij. Hij stierf voor mij, toen ik nog zondaar was. Hij bevrijdde mij van alle angsten, zonden en dood. Ook van de pijn en verdriet die ik mezelf en anderen heb aangedaan. Ik ben niet meer langer een slaaf van de angst, maar een kind van God. Het verlangen om Jezus steeds beter te leren kennen is steeds groter geworden. Dat is ook één van de redenen waarom ik me nu wil laten dopen. Ik verlang ernaar om mijn ‘oude ik’ te begraven met Christus in de doop en weer met Hem op te staan. Ik verlang naar meer van zijn Geest en zijn vrijheid, ik wil de kracht van zijn opstanding ervaren. Ik zie uit naar wat nog komen gaat.. 

Het kruisje om mijn nek herinnert mij aan Jezus’ liefde voor mij. Zijn genade is genoeg!